Met de komst van de Wet toekomst pensioenen verandert ook het nabestaandenpensioen ingrijpend. De opbouw wordt aangepast, de dekking verandert en er komen nieuwe definities voor partner- en wezenpensioen. In dit overzicht leest u de belangrijkste wijzigingen en wat deze betekenen voor werknemers, nabestaanden en pensioenregelingen.
Wijzigingen in het nabestaandenpensioen onder de Wet toekomst pensioenen
De Wet toekomst pensioenen wijzigt het nabestaandenpensioen op diverse punten. Hieronder worden de belangrijkste veranderingen toegelicht.
Opbouw: alleen nog op risicobasis
De opbouw van het nabestaandenpensioen vindt straks uitsluitend plaats op risicobasis. Dit houdt in dat nabestaandenpensioen alleen verzekerd is zolang er een dienstverband bestaat.
Bij uitdiensttreding geldt een uitloopperiode van drie maanden.
Overlijdt de deelnemer binnen die drie maanden, dan wordt er gewoon nabestaandenpensioen uitgekeerd.De uitloopdekking vervalt wanneer de werknemer binnen deze drie maanden een nieuwe baan heeft.
Werknemers die in de WW of ZW terechtkomen, behouden de uitloopdekking zolang de uitkering duurt.
Voortzetting na de uitloopperiode
Na afloop van de uitloopperiode blijft er toch een vorm van dekking om te voorkomen dat nabestaanden met lege handen komen te staan.
Dit gebeurt doordat er premies worden onttrokken uit de pensioenpot voor het ouderdomspensioen. Hierdoor wordt het ouderdomspensioen lager.
Deelnemers moeten jaarlijks aangeven of zij deze risicodekking willen beëindigen.
Reageert de deelnemer niet? Dan loopt de uitloopdekking automatisch door.
Afzien van partner- en wezenpensioen wordt op deze manier een bewuste, actieve keuze.
Hoogte van de uitkeringen
Partnerpensioen
De hoogte van het partnerpensioen is straks niet langer afhankelijk van de duur van het dienstverband.
Het partnerpensioen bedraagt een percentage van het pensioengevend inkomen, tot maximaal 50%.
De verwachting is dat veel pensioenuitvoerders voor een lager percentage zullen kiezen.
Wezenpensioen
Het wezenpensioen bedraagt maximaal 20% van het pensioengevend salaris.
De uitkering loopt door tot een vaste eindleeftijd van 25 jaar.
Eenduidige partnerdefinitie
De definitie van “partner” wordt duidelijker en uniformer. Er moet sprake zijn van een gezamenlijke huishouding met zorg voor elkaar.
Dit is in ieder geval het geval bij:
huwelijk
geregistreerd partnerschap
notarieel samenlevingscontract
partnerverklaring
eenzijdige partnerverklaring (na overlijden van de deelnemer)