Een lange loopbaan die steeds zwaarder wordt
Na meer dan veertig jaar bij dezelfde instelling gewerkt te hebben, komt Wim op een punt waarop het niet meer gaat. De combinatie van zijn leeftijd, een verslechterende gezondheid en de opgerekte pensioengerechtigde leeftijd maakt dat hij zelf stappen moet zetten. Hij kiest voor vroegpensioen, in de veronderstelling dat dit rust brengt. Maar zodra hij stopt met werken, belandt hij in een wirwar van regels en verplichtingen die hij nooit had voorzien.
Op zoek naar een zorgvuldige oplossing
Wim werkt al langere tijd minder uren vanwege gezondheidsklachten en ontvangt daarnaast een gedeeltelijke uitkering. Wanneer werken steeds zwaarder wordt, vraagt hij zich af of ziekmelden de enige optie is of dat er alternatieven zijn. Hij informeert bij zijn leidinggevende naar mogelijke overgangs- of afvloeiingsregelingen. Hoewel die niet blijken te bestaan, wordt hem uiteindelijk een vaststellingsovereenkomst aangeboden. Zijn werkgever benadrukt dat hij dit goed moet laten beoordelen, voor Wim vanzelfsprekend het moment om de RMU in te schakelen.
De vaststellingsovereenkomst: meer haken en ogen dan gedacht
Samen met de RMU wordt duidelijk dat Wim geen recht heeft op een transitievergoeding. Een teleurstelling, want dit raakt zijn pensioenopbouw. Toch weet de RMU met zijn werkgever een passende regeling te treffen, die het financiële gat deels opvangt. Terugkijkend had Wim soms de neiging te denken dat ziekmelden eenvoudiger was geweest, maar dat paste niet bij hoe hij zijn werkzame leven altijd heeft ingevuld.
Een ingewikkelde pensioenconstructie
De administratieve hobbels beginnen al snel. Door oude regelingen uit het verleden zit Wim — als enige van zijn afdeling — in een ander pensioenfonds. Dat zorgt voor maandenlange vertraging. Daarna volgt de volgende uitdaging: zodra de vaststellingsovereenkomst is ondertekend, ontvangt Wim inkomsten uit verschillende bronnen. Een minimale pensioenuitkering én een WW-uitkering blijken samen een ongunstige combinatie. Door fiscale regels vallen deze inkomsten in een hoge belastingcategorie, waardoor Wim netto aanzienlijk minder overhoudt dan verwacht. Wel blijft zijn pensioenopbouw tot aan de AOW-leeftijd intact, wat hem later ten goede komt.
De sollicitatieplicht: een harde dobber
Alsof de rompslomp nog niet genoeg is, krijgt Wim te horen dat hij sollicitatieplichtig is. Na bijna een halve eeuw werken voelt het wrang. Het zijn de regels, maar het doet hem veel. Pas na maanden wordt hij vrijgesteld van deze verplichting. Intussen moet hij zijn pensioeninkomsten maandelijks bij het UWV doorgeven. Eén vergeten melding levert direct een waarschuwingsbrief en dreiging met sancties op. “Voor een bedrag van nog geen honderd euro,” verzucht Wim. Het bureaucratische proces voelt voor hem als een digitale tijdperk dat toch vooral met “rooksignalen” lijkt te werken.
Een juiste keuze, ondanks alles
Ondanks de rompslomp staat voor Wim vast dat stoppen met werken de beste keuze was. Hij kijkt dankbaar terug op zijn werk, waarin hij tientallen jaren veranderingen heeft zien langskomen: van handmatige metingen aan het bed tot volledig gedigitaliseerde apparatuur. De inhoud van het werk lag hem nog steeds, maar fysiek kon hij het niet meer opbrengen. Nu, thuis, voelt hij zich vele malen beter.
Toch knelt het soms: financieel levert hij netto circa 800 euro per maand in, mede doordat hij éénverdiener is. Maar de eindstreep komt in zicht. Over een jaar gaat hij volledig met AOW en pensioen. “Dan ben ik eindelijk van al die regels af,” zegt hij opgelucht.