Als hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad beweegt Sjirk Kuijper zich al decennia op het snijvlak van kerk, journalistiek en samenleving. Zijn loopbaan liep via theologie, onderwijs, regionale kranten, de EO en zelfs de Tweede Kamer. In dit interview blikt hij terug op zijn weg, deelt hij zijn visie op christelijke journalistiek en vertelt hij waarom eerlijkheid – juist over wat misgaat – onmisbaar is in een vak dat draait om waarheidsvinding.
‘Ik vond dat je ook op een kritische manier moest schrijven over het kerkelijk leven’
Sjirk Kuijper (53) is sinds 2013 hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad. Hij is getrouwd met Ria Versteegh, die hij leerde kennen tijdens zijn theologieopleiding. Zij geeft Nederlands als tweede taal aan migranten. Samen hebben zij drie dochters: een theologiestudent (23), een wiskundestudent (21) en een dochter van 19 die in de horeca werkt en een toerismeopleiding gaat doen.
Hoe begon uw loopbaan?
“Op de middelbare school had ik niet door dat mijn taalvaardigheid een talent was. Het werd eerder als lastig ervaren: ik was eigenwijs, stelde vragen, sprak docenten tegen. ‘Als je je best deed, kon je zoveel beter,’ hoorde ik vaak. Dat raakte mijn zelfbeeld én mijn geloof. Met een vwo-pakket vol exacte vakken ging ik naar de Evangelische Hogeschool om theologie te studeren. Ik dacht: ‘Dat zal God wel goed vinden.’ Achter die keuze zat schuldgevoel.
Tijdens die studie merkte ik dat lesgeven niet mijn roeping was. Via een secretaresse kwam ik bij het Nederlands Dagblad terecht. Zij vroeg of ik op zaterdag verslagen wilde schrijven van kerkelijke bijeenkomsten. Daar ontdekten ze dat ik kon schrijven. Ik ging alsnog naar de School voor Journalistiek en werkte eerst bij het Gelders Dagblad. Op mijn 28e kwam ik bij het ND in dienst. Na twee jaar moest ik daar weg: ik was eigenwijs, wilde de krant vernieuwen, en vond dat je ook kritisch moest durven schrijven over kerkelijk leven, niet alleen braaf verslag doen zodat dominees teruglazen wat ze zelf wilden horen.”
En nu bent u hoofdredacteur…
“Ik verhuisde naar Friesland voor een baan bij het Friesch Dagblad, waar ik eindredacteur en commentator werd. Een goede leerschool. Daarna werkte ik bij de EO en vervolgens als woordvoerder van de ChristenUnie in de Tweede Kamer.
In 2010 besloot ik: ‘Ik ga een stil en rustig leven leiden in de Achterhoek. Werk is niet belangrijk, de kinderen wel.’ Ik rouwde om mijn moeder en zocht bezinning. Bij Waterschap Rijn & IJssel begon ik als woordvoerder, maar na zeven weken had ik een arbeidsconflict over openheid en voorlichting. Ik zegde mijn baan op — midden in de crisis. Dat was pittig. Een jaar later werd ik woordvoerder op het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Toen de vacature voor hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad kwam, heb ik gesolliciteerd.”
“Als hoofdredacteur van een christelijke krant moet je zelf kunnen schrijven over twee hoofdgebieden: kerk en politiek.”
Hoe bevalt het hoofdredacteurschap?
“Het is een prachtig, veelzijdig vak. Mijn tijd in de politiek helpt me veel, net als mijn theologieachtergrond. Je moet de breedte van christelijk Nederland kennen. Als hoofdredacteur zet ik de lijnen uit, zoek ik de juiste mensen bij de juiste taken, stem ik af met uitgever en toezichthouders en denk ik inhoudelijk mee. Ik ben ook een beetje het gezicht van de krant: eens per twee weken zit ik bij de radio, elke week schrijf ik minimaal twee commentaren.”
Hoe kijkt het ND naar de toekomst?
“De mediawereld verandert razendsnel. Lezers gaan van papier naar digitaal, maar online is men minder bereid te betalen voor nieuws — terwijl journalistiek duur is. Tegelijk verandert christelijk Nederland. Die twee bewegingen bepalen onze strategische keuzes.”
Wat vindt u van ‘fake news’?
“Dat fenomeen kán een zegen zijn. Omdat er zoveel ruis is, wordt journalistiek juist relevanter als vak dat aan waarheidsvinding doet. In de jaren ’70 en ’80 dachten journalisten dat ze ‘objectief’ schreven, alsof je kon registreren als een camera. Dat idee is gelukkig verdwenen. Je moet eerlijk zijn over je perspectief.
Als christelijke krant pretenderen we niet objectief te zijn. We erkennen dat we keuzes maken, normen hanteren en belangen afwegen vanuit onze overtuiging. Dat geeft helderheid.”
Wat voegt een krant lezen toe aan je werk als christen?
“Door een krant te lezen spiegel je jouw werkelijkheid aan die van anderen. Dat voorkomt bedrijfsblindheid. Veel mensen hebben niet zoveel werkgevers gehad als ik; een krant verbreedt je blik.”
Is het belangrijker om bij de Bijbel de krant te lezen of bij de krant de Bijbel?
“Lees je krantje, bid elke dag, zeggen we weleens. Je moet in ieder geval bidden bij de krant. De krant geeft aanleiding om te danken en te bidden.
We zijn journalisten, geen dominees of evangelisten. Maar ook voor ons vak vinden we inspiratie in de Bijbel, juist in de eerlijkheid waarmee beschreven wordt wat er misgaat — ook bij Gods volk. Soms wordt gevraagd: ‘Waarom moet dat verhaal over die afgezette dominee in de krant?’ Soms moet het, als waarschuwing. Leiders moeten weten dat ook zij gecontroleerd worden, niet alleen door de Allerhoogste.”