Mag een school zelf bepalen hoe PDI-uren worden besteed?
PDI-uren zijn op veel scholen onderwerp van gesprek. De ene school kiest voor veel vrijheid, de andere werkt met een vaste verdeling van uren en budgetten. Dat roept bij MR-leden regelmatig de vraag op: hoeveel keuzevrijheid hebben medewerkers eigenlijk?
Het korte antwoord is: behoorlijk veel.
De cao Primair Onderwijs geeft iedere medewerker een individueel budget voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid (PDI). Het uitgangspunt van de cao is dat de werknemer zelf bepaalt hoe dit budget wordt ingezet. De leidinggevende overlegt mee, maar de keuze ligt in beginsel bij de werknemer.
Dat betekent niet dat een school geen beleid mag maken. Integendeel. Een school mag medewerkers stimuleren om opleidingen te volgen, gezamenlijke scholing organiseren en suggesties doen voor een zinvolle besteding van de uren en het budget. Veel scholen leggen hierover afspraken vast in een beleidsdocument.
De grens wordt bereikt wanneer een regeling zo ver gaat dat medewerkers feitelijk geen eigen keuze meer hebben. Denk bijvoorbeeld aan een verplichte verdeling van alle PDI-uren over studiedagen, scholing en andere activiteiten. In dat geval kan de vraag ontstaan of nog wel sprake is van een individueel budget zoals de cao dat bedoelt.
Voor MR-leden is dit een belangrijk aandachtspunt. Bij nieuw of gewijzigd PDI-beleid is het verstandig om te kijken of medewerkers daadwerkelijk ruimte houden voor eigen keuzes. Is het beleid een handreiking of een verplichting? Kunnen medewerkers gemotiveerd afwijken van de standaardroute?
Een handige vuistregel is daarom: stel steeds de vraag of de medewerker nog echt iets te kiezen heeft. Als het antwoord daarop “ja” is, zit het beleid meestal dichter bij de bedoeling van de cao dan wanneer alles vooraf is vastgelegd.