‘We kwamen om iets wat verre van leuk was, maar we gingen gesteund terug.’ Zo blikt Peter terug op zijn contact met de RMU. In die periode wordt langzaam duidelijk dat hij door gezondheidsproblemen niet meer zal terugkeren in zijn werk.
Een loopbaan van meer dan veertig jaar
Het arbeidsverleden van Peter strekt zich uit over ruim vier decennia. Direct na de middelbare school gaat hij werken bij een overheidsinstelling. Naast zijn baan volgt hij verschillende avondstudies, cursussen en opleidingen. Later stapt hij over naar het Hoger Onderwijs, waar hij vijf jaar als docent werkt.
Toch past het onderwijs hem niet meer als het zwaartepunt verschuift naar scripties en begeleiding. Hij besluit rond te kijken naar een nieuwe uitdaging.
Nieuwe stappen en nieuwe verantwoordelijkheden
Die uitdaging vindt hij bij een gemeente en later bij de Kamer van Koophandel. Vanuit die functie wordt Peter door zijn eerste werkgever benaderd om mee te bouwen aan een groot verandertraject.
“Met collega’s reisde ik door het hele land om een nieuwe organisatiestructuur neer te zetten,” vertelt hij. “Een baan met veel afwisseling en uitdaging.” Na deze intensieve periode blijft Peter nog tien jaar verbonden aan een samenwerkingsverband tussen zijn werkgever en de rechtbank. Werk waar hij met plezier op terugkijkt.
Gezondheid die steeds zwaarder gaat wegen
Maar Peters aangeboren hartafwijking laat zich door de jaren heen steeds sterker voelen. Na twee zware operaties kan hij telkens na herstel zijn werk weer oppakken.
Tot zes jaar geleden. “Die derde grote operatie was goed verlopen, maar ik was niet meer de oude,” zegt Peter. De bedrijfsarts beoordeelt hem als 50% arbeidsgeschikt. Dat betekent dat hij nog halve dagen kan werken, maar ook dat hij voor de andere helft arbeidsongeschikt wordt verklaard.
De financiële gevolgen van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
Met dat oordeel kloppen de vragen bij Peter op de deur: Wat betekent dit voor mijn inkomen? Moet ik aanvullend verzekerd zijn? Hoe ziet ons financieel plaatje er straks uit?
Hij schakelt de RMU in voor onafhankelijk advies. “De RMU heeft alles doorgerekend,” vertelt Peter. “Dat was vooral belangrijk toen het tweede ziektejaar in ging en de loondoorbetaling zou dalen.” Door een goede combinatie van loon en arbeidsongeschiktheidsuitkering kan het gezin in die periode gelukkig verder.
Als werken definitief niet meer gaat
Vijf jaar later volgt een harde klap: Peters gezondheid gaat opnieuw achteruit. Werken lukt niet meer. Er komt opnieuw een zware operatie in beeld, met grote onzekerheden. Uiteindelijk wordt de ingreep uitgevoerd en mag Peter wonder boven wonder herstellen.
Maar werken? Dat is geen optie meer. Peter belt opnieuw met de RMU. “Ik dacht: laat ik dan maar vervroegd met pensioen gaan. Dat voelt eerlijker tegenover mijn werkgever en ik zou geen arbeidsongeschiktheidsuitkering meer hoeven ontvangen.”
Het advies van de RMU is echter helder: niet doen. Een vervroegd pensioen zou leiden tot een fors pensioengat en dat zou Peter de rest van zijn leven blijven voelen.
Eerlijk zijn over wat níet meer gaat
Peter vindt het lastig om in gesprekken met artsen en UWV-medewerkers te benoemen dat hij bepaalde dingen niet meer kan. “Je wilt laten zien dat je je best doet,” zegt hij. “Maar je moet ook realistisch zijn.” De RMU drukt hem op het hart dat hij eerlijk moet zijn over zijn beperkingen. Alleen zo kan een juiste beoordeling plaatsvinden en worden onnodige risico’s voorkomen.
Gezien, gehoord en gesteund
Peter kijkt dankbaar terug op de begeleiding van de RMU. “Mijn vrouw en ik gingen ooit naar Veenendaal voor een gesprek. We kwamen om iets wat verre van leuk was, maar we gingen gesteund terug. Dat is voor mij een écht stuk RMU.”