Zo zit het met de nieuwe regels rondom terugbetalen van studiekosten
Veel werknemers sluiten met hun werkgever een studieovereenkomst af. Tot voor kort gold daarbij vrijwel altijd een terugbetalingsregeling: wie de organisatie binnen een bepaalde periode verliet, moest (een deel van) de studiekosten terugbetalen.
Met de komst van de Wet transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden is hierin echter verandering gekomen.
Maar hoe werkt dat nu precies? En wanneer mag een werkgever wél of niet meer vragen om studiekosten terug te betalen?
Scholing die noodzakelijk is voor het werk: níet terugbetalen
De nieuwe wet bepaalt dat verplichte scholing niet meer op de werknemer mag worden afgewenteld. Dat betekent:
Gaat het om scholing die nodig is om je functie te behouden?
Is de werkgever verplicht deze scholing aan te bieden op grond van wet of cao?
Is de training noodzakelijk voor veilig, bekwaam of wettelijk vereist werken?
Dan geldt dat de opleiding moet kosteloos worden aangeboden en mag niet worden teruggevorderd. Deze scholing telt bovendien als arbeidstijd en moet, waar mogelijk, onder werktijd kunnen plaatsvinden.
Scholing buiten de wettelijke verplichting om: regeling blijft mogelijk
Voor scholing die niet verplicht is, blijven terugbetalingsafspraken wél toegestaan. Denk bijvoorbeeld aan:
opleidingen die gericht zijn op persoonlijke ontwikkeling
trainingen die niet noodzakelijk zijn om de functie uit te oefenen
studies die bijdragen aan bredere inzetbaarheid, maar niet wettelijk vereist zijn
In die gevallen mag de werkgever nog steeds een studieovereenkomst opstellen, inclusief terugbetalingsregeling bij vertrek.
Belangrijk blijft: deze afspraken moeten duidelijk, schriftelijk en vooraf worden vastgelegd.
Twijfelgeval: wanneer is scholing ‘verplicht’?
In de praktijk kan het lastig zijn om te bepalen of scholing onder de nieuwe regels valt. Bijvoorbeeld:
een cursus die nodig is om een nieuwe werkwijze te begrijpen
een certificaat dat in de branche gebruikelijk is, maar niet wettelijk verplicht
een training die de werkgever belangrijk vindt voor kwaliteit of veiligheid
In zulke situaties moet worden beoordeeld of de werknemer zonder deze scholing zijn werk niet meer kan uitvoeren. Is dat wél het geval? Dan valt de scholing onder de nieuwe verplichting en mag er geen terugbetalingsafspraak worden gemaakt.
Wat betekent dit voor werknemer en werkgever?
Voor werknemers
Je hoeft geen kosten terug te betalen voor verplichte scholing.
Je hebt recht op kosteloze toegang tot noodzakelijke opleidingen.
Studiekosten buiten de wettelijke verplichting kunnen nog steeds worden teruggevorderd, maar alleen als dit vooraf duidelijk is afgesproken.
Voor werkgevers
Studieovereenkomsten blijven mogelijk, maar alleen voor niet-verplichte scholing.
Zorg voor een heldere onderbouwing: waarom is deze opleiding vrijwillig en niet noodzakelijk?
Een onjuiste kwalificatie van scholing kan leiden tot conflicten of ongeldige afspraak.
Waarom deze veranderingen?
De wetgever wil werknemers beschermen tegen onverwachte financiële lasten en tegelijkertijd bevorderen dat iedereen zich kan blijven ontwikkelen. Werk verandert snel. Daarom moeten noodzakelijke trainingen toegankelijk en kosteloos blijven.
Wat kunt u doen bij twijfel?
Het onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte scholing is soms ingewikkeld.
RMU ondersteunt werknemers en werkgevers bij:
het beoordelen van studieovereenkomsten.
het duiden van terugbetalingsregelingen.
het voorkomen of oplossen van conflictsituaties.
het opstellen van duidelijke en eerlijke afspraken.
Heeft u vragen over uw situatie of wilt u advies?
Neem gerust contact met ons op, wij denken graag mee.