Skip to content

‘Met mijn diploma’s wilden ze me graag hebben.’

Gepubliceerd op 13 september 2017

Van onderwijswereld naar zorgberoep

Na de middelbare school ziet Marinus een toekomst voor zich in het onderwijs. Toch loopt het anders. Tijdens zijn dienstplicht raakt hij betrokken bij een ongeval, komt in het ziekenhuis terecht en ontdekt daar wat hem écht aanspreekt: werken in de zorg en iets kunnen betekenen voor mensen in kwetsbare situaties.

Hij volgt de opleiding tot verpleegkundige A en bouwt een stevige basis voor zijn verdere loopbaan. Maar één ding mist hij: inzicht in de psychische kant van zorg. Daarom volgt hij aansluitend de opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige. Met zijn dubbele bevoegdheid wordt hij met open armen ontvangen op een gesloten afdeling. Het werk is waardevol, maar soms confronterend. Juist daardoor beseft hij hoe dankbaar hij mag zijn dat het goed met hem gaat.

De eerste leidinggevende stappen

Na enkele jaren maakt Marinus de overstap naar een ander ziekenhuis. Daar wordt hij, nog relatief jong, gevraagd om afdelingshoofd te worden. Hij volgt aanvullende opleidingen en vervult deze rol ruim vier jaar. Tot een fusie alles verandert: er moet gesneden worden in functies, volgens het principe last in, first out. Marinus trekt zijn conclusie en kiest voor een functie waarin hij zowel zijn verpleegkundige achtergrond als zijn leidinggevende vaardigheden kan inzetten. Deze stap leidt hem de ouderenzorg in.

Ruimte voor groei en toch anders

Jarenlang werkt Marinus met veel plezier in zijn nieuwe functie. Het gezin groeit, hij verhuist, volgt managementopleidingen en breidt zijn kennis steeds verder uit. Wanneer een reorganisatie nieuwe mogelijkheden lijkt te bieden, ziet hij dat als kans om door te groeien. Maar de werkgever besluit anders.

De gewenste uitdaging vindt hij uiteindelijk bij een nieuwe zorgorganisatie, waar hij ruim vijftien jaar met voldoening leiding geeft en zijn ervaring optimaal kwijt kan.

Toenemende spanningen op het werk

Na zo’n lange periode van stabiliteit verandert de sfeer. Langzaam ontstaat er spanning tussen Marinus en de Raad van Bestuur. Zijn beoordelingen zijn goed; er is geen concreet incident aan te wijzen. Toch klinkt steeds nadrukkelijker de boodschap dat hij “beter elders kan gaan kijken”.

Het zorgt voor maanden van stress, voor hemzelf én zijn gezin. In deze fase schakelt Marinus de RMU in. De jurist luistert, stelt verdiepende vragen en neemt waar mogelijk correspondentie van hem over. “Spaar je energie, laat mij dat voor je oppakken,” hoort hij regelmatig.

Zelf blijft Marinus actief in het proces: hij schrijft vaak conceptreacties waarop de RMU finetuning aanbrengt.

Het ontslagtraject: een juridisch gevecht

Het traject sleept zich voort. Na meer dan een half jaar ligt er uiteindelijk een vaststellingsovereenkomst. Het ging niet vanzelf: “Het was echt een juridisch getouwtrek.”

Marinus hoeft gelukkig slechts één zwaar gesprek zelf te voeren; de rest verloopt schriftelijk. In zijn voordeel werkt dat er geen enkel negatief functioneringsdossier ligt. Daardoor wordt de overeenkomst uiteindelijk getekend.

Terugkijkend blijft er een kritische noot. Een fiscalist die hij raadpleegde toen hij overwoog voor zichzelf te beginnen, zei zelfs: “Is dit alles wat je hebt kunnen bereiken?” Het ging hem niet om het financiële deel, maar om het principe: de RvB ging feitelijk vrijuit. “Dat steekt soms, omdat er niet op een zuivere manier gehandeld is.”

Een onverwacht snelle nieuwe start

Daarmee komt een einde aan een intensieve periode. Marinus verwacht als 50-plusser langere tijd werkzoekend te zijn. Hij ziet zichzelf al meer op pad gaan met de caravan dan aan het werk. Maar het loopt anders.

Na twee maanden solliciteren — breed en zonder schroom — krijgt hij een nieuwe baan. Een enorme opluchting voor hem en zijn gezin. Toch blijft het dubbel: de snelle herstart vraagt veel energie, waardoor er minder ruimte was om écht te verwerken wat er allemaal gebeurd is. Marinus verwacht dat dit alsnog tijd zal vragen. Maar boven alles ziet hij leiding in de weg die gegaan is: “Het had ook heel anders kunnen lopen. Nu ben ik dankbaar dat ik weer aan de slag ben. Uiteindelijk is het goed zo.”