Skip to content

Kind bij de naam noemen

Gepubliceerd op 5 september 2019

Voor Carolien was de periode voorafgaand aan de zomer ronduit zwaar. De sfeer op het werk drukte op haar, en ze hield met moeite vol. Gelukkig gloorde er perspectief: uitzicht op een nieuwe baan. Dat vooruitzicht gaf lucht en ruimte om terug te kijken op wat er was gebeurd.

Tijdens haar verhaal zegt ze het meermaals: “Ik ben zó blij dat ik de stap naar de RMU heb gezet.” Wat begon met een concrete vraag, groeide uit tot een traject waarin ze niet alleen juridisch werd geholpen, maar ook persoonlijk werd gespiegeld en bemoedigd.

“De gesprekken deden me echt iets,” vertelt ze. “Ik leerde niet alleen hoe ik beter feedback kan geven op het werk, maar ook privé heeft dit me geholpen.”

Een misstand zien en toch twijfelen

Aanleiding voor veel van de spanningen was het gedrag van collega’s richting cliënten: gedrag dat volgens Carolien niet kon. Maar hoe benoem je dat, als je er pas net werkt en je collega’s al meer dan tien jaar meelopen?

“Ik sprak het pas later uit, maar ik had het eigenlijk eerder moeten doen. Dat leerpunt neem ik nu overal mee naartoe — ook privé.”

Studie en eerste jaren in de zorg

Na het voortgezet onderwijs weet Carolien nog niet precies welke richting ze op wil. Ze kiest voor MBO SAW, mede omdat je er breed mee inzetbaar bent.

Tijdens de opleiding ontdekt ze de gehandicaptenzorg en dat past. Ze rondt niveau 3 af, werkt een jaar, en volgt daarna een BBL-traject niveau 4.

Die route was bewust gekozen: “Ik wilde praktijkervaring combineren met leren. Dat werkte voor mij veel beter. Achteraf ben ik blij dat ik het zo heb gedaan.”

Het was geen makkelijke tijd. Ze kreeg Pfeiffer, woonde al op zichzelf, werkte en studeerde tegelijk. “Maar ik wilde mijn diploma halen, dus ben ik doorgegaan.”

De overstap en een conflict dat blijft hangen

Na enkele jaren verpleeghuiszorg wordt de onregelmatigheid te zwaar. Ze solliciteert elders en gaat aan de slag met een nieuwe doelgroep. Daar gaat het mis.

Wanneer Carolien het gedrag van een collega richting cliënten bespreekbaar maakt, slaat de sfeer om. “Deze collega werkte er al jaren. Soms leek het alsof ze op de automatische piloot functioneerde. Ze reageerde boos of onheus naar cliënten. Ik vond dat moeilijk om te zien.”

Wanneer familieleden vragen stellen over diezelfde situatie, is voor Carolien de maat vol. Ze gaat naar haar leidinggevende. In een gezamenlijk gesprek met die collega benoemt ze wat ze ziet.

Maar in plaats van begrip lijkt haar leidinggevende vooral haar collega te beschermen. “Vanaf dat moment stond alles op scherp.”

De collega weigert nog met haar samen te werken. Roosters worden omgegooid, Carolien wordt verplaatst en krijgt andere taken. Het wordt een onwerkbare situatie.

De druppel — en de stap naar de RMU

Terwijl dit alles speelt, krijgt Carolien te horen dat haar opgebouwde overuren niet meer uitbetaald zullen worden, maar in tijd moeten worden opgenomen.

Voor haar het moment om de RMU te bellen.

Het antwoord van de juridisch medewerker is helder: “Dat kan niet zomaar.”

In de gesprekken die volgen bespreekt Carolien niet alleen de juridische kant van de zaak, maar ook de onderliggende dynamiek op het werk.

“De RMU-medewerker hield me een spiegel voor. Ik leerde beter terugkijken, beter benoemen wat ik zie, en kritischer te zijn in wat ik zeg en wanneer. Ik ben assertiever geworden.”

Een nieuwe koers

De gebeurtenissen dwingen Carolien om na te denken over haar toekomst. Ze ziet hoe snel ze verantwoordelijkheden naar zich toe trekt en hoe lastig ze het vindt om te werken in een omgeving waar problemen niet eerlijk worden besproken.

Ook schrikt ze van hoe er door collega’s over haar vertrek wordt gecommuniceerd met familieleden van cliënten. Het bevestigt haar besluit: het is tijd om iets anders te gaan doen.

“Ik wil een baan waarin ik mezelf kwijt kan: nauwkeurige taken én iets kunnen betekenen voor anderen. De sollicitatieprocedure waar ik nu in zit sluit daar prachtig bij aan.”

Dat ze ondanks alles rust vindt, ziet ze niet als toeval.
“Als ik zie hoe het geleid is — zelfs dat ik door een nieuw rooster thuis meer kan betekenen — dan geeft dat vertrouwen. De komende periode op mijn werk kom ik zo zeker nog wel door.”