In het diepe | Jan de Jager
| Naam: | Jan de Jager |
| Opleiding: | HBO-verpleegkunde, aangevuld met casemanager dementie |
| Leeftijd: | 63 jaar |
| Werkplek: | Neboplus Barneveld en Voorthuizen |
Welk werk deed je voorheen?
“Toen ik van de mavo af kwam, wist ik niet goed welke richting ik moest kiezen. Ik heb wel even nagedacht over de zorg, maar dat was toen niet echt een mannenberoep, daarom heb ik me daar niet verder op gefocust. Ik hielp in mijn vrije tijd op een boerderij, en vond dat werk toen ook leuk. Daarom dacht ik toen in de agrarische sector aan het werk te gaan en heb de MAS gevolgd. Na deze opleiding heb ik heel kort bij een kalvermesterij gewerkt, maar na het behalen van mijn groot-rijbewijs en chauffeursdiploma ben ik in het transport terechtgekomen.
Wat doe je nu?
“Ik werk nu als wijkverpleegkundige en casemanager dementie bij Neboplus op de locaties in Barneveld en Voorthuizen. Beide locaties zijn verpleeghuizen en hebben aanleunwoningen, waar mensen wonen met of zonder zorgindicatie. Met deze doelgroep hou ik me voornamelijk bezig. Het is wijkzorg, maar toch intramuraal en dat is best een bijzondere setting.”
Wat was voor jou de reden om je om te scholen?
“Ik werk graag met mensen en wil ook van betekenis zijn voor anderen. Voor mij is het altijd belangrijk geweest om iets extra’s voor de medemens te mogen doen. De eerste jaren kon ik dat nog wel in de transportwereld vinden met klanten en medewerkers, maar deze wereld werd gaandeweg steeds harder en zakelijker. Ik herkende me hierin niet meer en ik besefte op een bepaald moment dat ik dit niet wilde blijven doen tot mijn pensioen. Dit was een reden om de overstap te maken naar de zorgsector. Maar ook was er in mij een onvervuld verlangen om te gaan zorgen voor mensen. Ik heb altijd gezegd: als ik het over kon doen, zou ik toch gelijk na de mavo de zorg ingegaan zijn.”
Welke opleiding(en) heb je daarvoor gevolgd en hoe heb je die opleiding ervaren?
“Ik ben als BBL-leerling met de niveau 3 VIG- opleiding gestart in een verpleeghuis en heb na één jaar de overstap gemaakt naar de VP niveau 4-opleiding. Ik kan makkelijk leren als het mij interesseert, ik vond deze opleiding superinteressant en heb deze met goed resultaat afgerond. Kort daarna ben ik in het ziekenhuis gaan werken op de afdeling Geriatrie. Daar heb ik mij nog meer kunnen verdiepen in de complexiteit van de ouderenzorg. In het begin was ik vooral gericht op het curatieve van het vak en vooral ook op somatisch gebied. Na een paar jaar heb ik binnen het ziekenhuis de overstap gemaakt naar de CCU(1e hart-hulp/hartbewaking) Dit bleek geen goede keuze, de spoedzorg paste niet zo goed bij mij. Ik miste de langere contacten met patiënten en familie.
Tevens kwam ik erachter dat mijn hart echt bij de ouderenzorg ligt. Daarom ben ik ruim zes jaar geleden weer teruggegaan naar de ouderenzorg. Bij mijn huidige werkgever heb ik eerst als verpleegkundige gewerkt op de zorgafdeling en meegeholpen om een verpleegkundig team op te richten binnen het verpleeghuis.
Toen kreeg ik de kans om de opleiding HBO-verpleegkunde te gaan volgen. Dit vond ik wel pittiger dan de mbo-opleiding. Vooral in het begin was het lastig om me het hbo-denken, dat toch echt anders is, eigen te maken. Ook was deze opleiding deels in coronatijd, met veel uitval van lessen en online colleges, wat het extra moeilijk maakte. Na het behalen van dit diploma ben ik binnen de organisatie gaan werken als wijkverpleegkundige. Daarna heb ik ook nog de opleiding tot casemanager dementie afgerond. Ik heb de afgelopen jaren het werk met ouderen met dementie steeds meer leren waarderen, waardoor niet alleen het somatische en curatieve op de voorgrond staat.”
Wat maakt jouw werk bijzonder?
“Allereerst ben ik dankbaar dat ik de talenten die ik van God heb ontvangen kan inzetten om voor mensen te mogen zorgen.
Het mooie van de ouderenzorg is dat ik van meerwaarde mag zijn voor de bewoners en hun naasten. Als casemanager loop je als het ware mee in het dementieproces en heb je een adviserende rol op vele gebieden. Soms ben je meer maatschappelijk werker dan verpleegkundige, maar dat maakt het werk juist zo bijzonder. Ook als wijkverpleegkundige kan ik hierin veel betekenen door mee te denken en te indiceren wat er nodig is om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen.
Ik zie bijna dagelijks de toegevoegde waarde van mijn werk. Het maakt mij blij en dankbaar als mijn zorgvragers tevreden zijn. Mijn werk als casemanager dementie en wijkverpleegkundige brengt ook met zich mee dat ik een uitgebreid netwerk heb leren kennen, waarin samengewerkt wordt om de ouderenzorg zo optimaal mogelijk te maken. Ik heb zo geleerd dat we elkaar hard nodig hebben in de zorg voor ouderen. Bijzonder is dat ik hierin een centrale rol mag vervullen.”
Wat heeft jou het meest verrast in jouw nieuwe functie?
“Dat ik mensen heb mogen leren kennen die ondanks hun ziekte of aandoening toch nog zo positief in het leven kunnen staan en ook voor mij persoonlijk tot een voorbeeld mochten zijn.
Als je op deze manier de mens achter zijn ziekte of aandoening mag zien, is dat heel waardevol.
Het verdiepen in de verschillende vormen van dementie hebben mijn werk nog boeiender gemaakt. Het is zo interessant hoe het brein in elkaar zit en hoe het soms zo anders werkt als er sprake is van dementie. Het geeft veel voldoening om in deze fase de bewoners, familie en mantelzorgers te begeleiden.”
Welke ervaring uit jouw eerdere baan kan je goed inzetten in jouw huidige baan?
“Allereerst neem ik de persoonlijke ervaring mee die ik kan inzetten in het dagelijks werk.
Mijn ervaring als vrachtwagenchauffeur maakt dat ik makkelijk contact maak met mensen.
Ook mijn tijd als planner komt goed van pas in mijn werk als verpleegkundige. Ik kan zodoende goed structuur aanbrengen en zorgtijd indiceren. Die ervaring blijkt eveneens waardevol bij het voeren van moeilijke gesprekken . Waren het vroeger weleens lastige klanten die ik te woord moest staan, zijn het nu soms slechtnieuwsgesprekken of andere lastige gesprekken die ik moet voeren.”