In In het diepe spreken we professionals over hun loopbaan, keuzes en ontwikkeling. Dit keer: Goudje Spies, IC-verpleegkundige en werkbegeleider, en Ruben Visser, IC-student. Samen vertellen zij over het vak, de intensieve leeromgeving op de IC en het belang van vertrouwen, begeleiding en groei.
Waarom kozen jullie voor het vak IC-verpleegkundige?
Goudje: “Na vier jaar op de afdeling chirurgie was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Een collega van de IC haalde me over om de opleiding te gaan doen. Ik dacht eerst dat het te hoog gegrepen was, maar dankzij de combinatie werken en leren heb ik het toch gehaald.”
Ruben: “In de opleiding tot IC-verpleegkundige verdiep je je veel meer in anatomie, fysiologie en pathologie. Die verdieping, gecombineerd met de ruimte om écht uitgebreid klinisch te redeneren, miste ik op de verpleegafdeling. Daarnaast vind ik de samenwerking, de snelheid waarmee je goede zorg moet leveren en de technische aspecten enorm interessant.”
Wat leren jullie van elkaar als werkbegeleider en student?
Goudje: “Heel veel. Studenten spreken leerlingen van andere IC’s en merken dat dingen soms anders gaan. Zo ontdek je dat er meerdere wegen zijn om hetzelfde doel te bereiken. Iedereen is anders en daardoor leer ik van iedere cursist iets.”
Ruben: “Je krijgt drie werkbegeleiders met wie je intensief samenwerkt. Je leert van hen het IC-werk, terwijl de theorie vanuit school de achtergrond vormt. Door die variatie zie je hoe verschillende begeleiders omgaan met situaties en kun je daaruit je eigen manier van werken ontwikkelen.”
Hoe creëren jullie een veilig en vertrouwd leerklimaat?
Goudje: “We krijgen regelmatig werkbegeleiderscursussen. We proberen open te zijn over onze verwachtingen en het functioneren van de student, en we verwachten die openheid terug. Onze praktijkopleider gaf ons een mooie tip: ‘Vergelijk je huidige zelf met je vroegere zelf en zie de weg die je hebt afgelegd.’ Zo blijf je beseffen dat je zelf ook ooit zo begonnen bent.”
”Door de variatie in werkbegeleiding en theorie zie je hoe verschillende begeleiders omgaan met situaties en kun je daaruit je eigen manier van werken ontwikkelen.”
Ruben: “Collega’s denken actief mee in leersituaties en dagen me uit met vragen. Dat geeft het gevoel dat ze het beste met je voor hebben. Mijn werkbegeleiders staan open voor vragen en feedback, dat helpt enorm.”
Verbetert een leer-werkomgeving de kwaliteit van zorg?
Goudje: “Ja. De ontwikkelingen in de IC-wereld gaan snel. Naast onze eigen bijscholing horen we van studenten vaak de nieuwste inzichten en werkwijzen.”
Ruben: “Doordat ik met verschillende collega’s meeloop, zie ik verschillende werkvormen. Door steeds te vragen naar hun onderbouwing denk je bewust na over je eigen interventies. Als ervaren verpleegkundige kijk je naar het totale plaatje. Als beginnend IC-student ben je logischerwijs nog veel bezig met de nieuwe werkplek, opleiding en procedures.”
”Vergelijk je huidige zelf met je vroegere zelf en zie de weg die je hebt afgelegd.’’
Hoe werken jullie aan vertrouwen van familie en patiënt richting een IC-student?
Goudje: “In de eerste maanden werken we altijd samen en staat de student extra ‘overgepland’. We leggen de familie uit waarom we dingen met z’n tweeën doen. Zolang er twijfel is over de bekwaamheid doen we handelingen samen.”
Ruben: “De opleiding begint bewust bij laagcomplexe IC-patiënten. Naarmate de opleiding vordert, groei je toe naar complexe en instabiele patiënten. Daardoor groeit ook het natuurlijke vertrouwen in het contact met patiënten en familie.”
| Hoe werken jullie aan vertrouwen van familie en patiënt richting een IC-student? |
|---|
| Goudje: “In de eerste maanden werken we altijd samen en staat de student extra ‘overgepland’. We leggen de familie uit waarom we dingen met z’n tweeën doen. Zolang er twijfel is over de bekwaamheid doen we handelingen samen.” |
| Ruben: “De opleiding begint bewust bij laagcomplexe IC-patiënten. Naarmate de opleiding vordert, groei je toe naar complexe en instabiele patiënten. Daardoor groeit ook het natuurlijke vertrouwen in het contact met patiënten en familie.” |