Skip to content

Rentmeesterschap in de economie: Lans Bovenberg over vertrouwen, waarden en samenwerking

Gepubliceerd op 22 december 2021

Een vernieuwende blik op economie

Voor econoom Lans Bovenberg is economie veel meer dan geld, cijfers en modellen. Hij ziet het als een vorm van rentmeesterschap: het bestuur van Gods schepping, waarin samenwerking, wederkerigheid en verantwoordelijkheid centraal staan. In dit gesprek deelt hij zijn visie op een mensgerichte economie, zijn zorgen over klimaat en inclusiviteit, en de rol die christelijke werkgevers daarin te vervullen hebben.

Een econoom met een brede missie

Bovenberg groeit op in Oosterbeek en studeert economie in Rotterdam. Daarna vertrekt hij naar de Verenigde Staten voor promotieonderzoek, werkt bij het IMF, het Ministerie van Economische Zaken en het Centraal Planbureau, en wint in 2003 de prestigieuze Spinozaprijs. Later richt hij Netspar op, een onderzoeksinstituut dat zich richt op pensioenen en vergrijzing. Tegenwoordig richt hij zich vooral op drie pijlers: pensioen, onderwijs en een mensgerichte economie.

“Economie is eigenlijk bestuur van een huishouden,” zegt hij. “En dat huishouden is groter dan onze eigen portemonnee. Het gaat om Gods schepping en om ons samenleven.”

Een andere manier van kijken: mensbeeld en waarden

Volgens Bovenberg vraagt de klassieke economische theorie om herziening. “De wetenschap heeft lang gerekend met het beeld van de homo economicus: een rationeel mens die vooral zijn eigen belang nastreeft. Maar zo zijn mensen niet. We zijn relationele wezens. We weten niet alles zelf en zijn afhankelijk van vertrouwen.”

Daarom richt hij zich in zijn onderzoek op waarden. Natuurlijk spelen geld en eigenbelang een rol, maar mensen verlangen ook naar rechtvaardigheid, betekenis, erkenning en verbondenheid. “Als je daarvan uitgaat, krijg je een heel andere economie. Een veel menselijker economie.”

Drie principes van samenwerking

In zijn onderzoek vat Bovenberg samenwerking samen in drie eenvoudige formules:

1. 1 + 1 = 3

Samenwerking creëert meerwaarde. “Als mensen kennis delen en elkaar aanvullen, ontstaat er iets wat niemand alleen kan. Dat is eigenlijk een vorm van genade.”

2. Min is plus

Tegenpolen trekken elkaar aan. “Verschillen zijn geen bedreiging, maar kansen. Diversiteit maakt organisaties juist sterker.”

3. Delen is vermenigvuldigen

Specialisatie vraagt om vertrouwen. “Wie iets heel goed kan, wordt tegelijkertijd afhankelijker van anderen. Daarom zijn leiders nodig die veiligheid en vertrouwen bieden. Zoals een lichaam verschillende ledematen heeft, zo heeft een samenleving elkaar nodig.”

Wat kunnen werkgevers hiermee?

Volgens Bovenberg kunnen christelijke werkgevers veel concreet met deze visie. “Mensen worden niet alleen gemotiveerd door salaris. Ze willen gezien worden, geliefd zijn en van betekenis kunnen zijn. Je moet als werkgever al die waarden aanspreken. Dan gaan mensen floreren.” Economie wordt zo geen systeem van prikkels, maar een vorm van zorg voor mensen.

Drie grote uitdagingen voor ondernemers

Bovenberg ziet drie ontwikkelingen die de komende jaren veel impact zullen hebben:

1. De klimaatcrisis

“De natuur is de zwakste schakel in ons economisch huishouden. Als we niet verantwoord omgaan met de schepping, breekt dat ons uiteindelijk op.”

2. Toenemende kloof tussen mensen

De verschillen tussen praktisch en theoretisch opgeleiden nemen toe. “De vraag is: hoe zorgen we dat iedereen meekomt in de economie van morgen?”

3. De groeiende geestelijke druk

“Steeds meer mensen raken burn-out. Werkgevers krijgen er een pastorale taak bij. Je moet oog hebben voor de mens als geheel.”

Extra verantwoordelijkheid voor christenen

Hebben christenen een grotere opdracht in deze mensgerichte economie?
Bovenberg is duidelijk: “Ja. Wij weten dat we een goede God als Vader hebben. Dat geeft een groter kapitaal en dus ook een grotere verantwoordelijkheid. We zijn geroepen om zout en licht te zijn, ook in het arbeidsveld.”

Vakbonden spelen daarin volgens hem een cruciale rol. “Zij moeten menselijk talent beschermen en werknemers helpen. Dat is rentmeesterschap.”