Vanaf het begin van zijn loopbaan — inmiddels ruim 45 jaar geleden — heeft Gert stap voor stap een indrukwekkende staat van dienst opgebouwd in de procesindustrie. Met zijn ervaring, loyaliteit en vakmanschap zet hij zich nog altijd volledig in voor zijn werkgever.
Maar door veranderingen in wet- en regelgeving én de manier waarop werkgevers omgaan met contracten, dreigt er voor hem een vroegtijdig en onzeker einde van zijn werkzame leven.
Een loopbaan van toewijding en vakmanschap
Gert behoort tot wat hij zelf noemt “de oude stempel”: hard werken, verantwoordelijkheid nemen en niet snel klagen. Ook toen ziekte in zijn gezin extra zorg vroeg, bleef hij zijn werk trouw combineren met de thuissituatie.
Zijn loopbaan begon bij de Koninklijke Luchtmacht als Kort Verband Vrijwilliger. In de avonduren volgde hij een mbo-opleiding Analytische Chemie, een investering die hem later de overstap naar het bedrijfsleven mogelijk maakte.
Na verschillende functies en werkgevers vond Gert zijn plek bij een internationaal concern. Daar kon hij zijn technische kennis volledig kwijt. Tot de economische crisis alles veranderde.
De crisis slaat toe
“De crisis sloeg bij ons in als een bom,” vertelt Gert.
In 2008 werd in één klap 15% van het personeel ontslagen. Hij mocht blijven, maar een jaar later volgde opnieuw een massaontslag — dit keer trof het hem wel.
Hoewel hij binnen drie maanden weer een baan vond, bleek ook dat contract tijdelijk. Het zou het begin worden van een lange periode van onzekerheid: losse contracten, steeds weer solliciteren en maanden zonder werk.
“Je doet wat je kunt, maar het is zwaar als je toekomst, na zoveel jaren, ineens zo wankel blijkt.”
Inkomen dat steeds verder terugloopt
Begin 2019 werkt Gert nog drie dagen per week, maar wel voor een veel lager salaris dan voor de crisis. Daarnaast blijkt hij bij een urenvermindering maar recht te hebben op drie maanden WW. “Alles wat ik in 43 jaar heb opgebouwd, lijkt ineens niet meer mee te tellen.”
WW: een harde klap van de nieuwe regels
Omdat Gert in de categorie valt die tot 67 moet doorwerken, ziet hij met zorg hoe de regelgeving uitpakt:
alleen de laatste vijf jaar tellen mee voor de WW-duur
daardoor komt hij ondanks zijn lange arbeidsverleden uit op slechts drie maanden WW
daarvóór geen recht op eerdere vangnetten
daarna blijft een grote periode tot zijn pensioen ongedekt
“Na die drie maanden ben ik nog ruim twee jaar verwijderd van de AOW. Dat gat is voor mij onoverbrugbaar.”
Creatief schuiven met contracten
Hoewel Gert gewaardeerd wordt op zijn werk, ziet hij dat tijdelijke contracten steeds creatiever worden ingezet. “Ik heb drie tijdelijke contracten gehad. Daarna werd ik simpelweg over een andere BV geschoven zodat er juridisch geen vast contract hoefde te komen.”
Nu het bedrijf fuseert, worden afdelingen samengevoegd en ontstaat boventalligheid. “Dan ben je als oudere met een tijdelijk contract vrijwel kansloos. Jongere collega’s krijgen de voorkeur.”
Onbegrip en berekening
Wat Gert misschien nog wel het meest raakt, is het onbegrip dat hij soms ontmoet. “Sommigen zeggen: ‘Er is toch altijd wel geld in Nederland’. Of: ‘Dan zoek je toch wat anders’. Maar op mijn leeftijd is dat echt niet zo eenvoudig.”
Ook bij het UWV voelt hij weinig ruimte. “Ze erkennen dat werkgevers slim gebruikmaken van loopholes, maar zeggen: ‘Het is nu eenmaal zo’. Dat doet pijn.”
Extra zwaar door thuissituatie
De situatie is extra moeilijk omdat Gerts vrouw sinds een hersenbloeding in 1998 geen inkomen heeft. Dit jaar moet het echtpaar noodgedwongen verhuizen naar een mantelzorgwoning.
“Wij hebben geen vangnet van een tweede inkomen. Jongere werknemers kunnen vaak terugvallen op een partner, maar dat geldt voor ons niet.”
De financiële vooruitzichten zijn dus ronduit zorgelijk. “Ik ben pas 70 als we samen volledige AOW ontvangen. Tot die tijd dreigt stille armoede. Hoe kan dat na 45 jaar hard werken? Dat voelt onrechtvaardig.”
Herken jij je in deze situatie?
Vertel ons je verhaal.