Ieder mens handelt vanuit overtuigingen en idealen. Ze geven richting aan ons leven, kleuren onze keuzes en bepalen hoe we met anderen omgaan. Wat betekenen die waarden voor iemand die dagelijks werkt met mensen in kwetsbare situaties?
In dit interview vertelt Ferdinand van de Velde, manager en veldwerker bij het Leger des Heils, hoe gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en waardigheid de kern vormen van zijn zorg voor dak- en thuislozen.
Een werkelijkheid die je raakt
Op een frisse donderdagochtend staat de Nieuwegracht in Utrecht vol mensen die de nacht buiten doorbrachten. Voor hen is de inloop van het Leger des Heils een plek van warmte, koffie en menselijk contact. Manager en veldwerker Ferdinand van de Velde werkt hier al meer dan twintig jaar. Tijdens zijn Social Work-opleiding schreef hij een scriptie over ongedocumenteerden zonder dak boven hun hoofd. “Toen ik tot geloof kwam, vroeg ik me af of ik dit werk moest blijven doen. Maar telkens kreeg ik een knipoog van Boven. Dat gaf richting. Dit werk is een roeping geworden.”
Een deel van de week werkt Ferdinand aan de beleidskant; de rest staat hij op straat of in de opvang. Soms met een zware impact. “Gisteren herdachten we een jongen die geen opvang kon krijgen omdat hij EU-migrant was. Twee dagen na onze laatste ontmoeting maakte hij een einde aan zijn leven. Helaas gebeurt dat vaker. Mensen die tussen wal en schip vallen, blijven onzichtbaar. We hebben hen nodig in onze samenleving, maar zien hen nauwelijks. Dat onrecht raakt me.”
Waardigheid begint bij samen leven
Volgens Ferdinand is echte rechtvaardigheid nooit abstract. “Je bereikt het alleen door mensen te ontmoeten. Niet door migranten als aparte groep te zien, maar als deel van de samenleving. De één heeft een dak boven zijn hoofd, de ander niet. Maar je hoort bij elkaar.”
Daarom kiest de opvang bewust voor een waardige sfeer: kamers in plaats van slaapzalen, warmte in plaats van soberheid. “Kwaliteit van opvang is een vorm van erkenning. Je geeft mensen hun waardigheid terug.”
‘Het onderscheid valt weg als je samen een kaars probeert aan te steken’
Gelijkwaardigheid klinkt mooi, maar hoe ziet het eruit in de praktijk? Ferdinand noemt een moment tijdens de herdenking: “Het stormde. Ik stond met een Poolse man onder dezelfde paraplu, samen te prutsen met een aansteker om een kaarsje aan te steken. Op zo’n moment bestaat het onderscheid tussen hulpverlener en cliënt niet. Dat is de sleutel van hulpverlening.”
Vertrouwen groeit als je naast iemand gaat staan
Zorgrelaties zijn per definitie ongelijk: de één heeft hulp nodig, de ander is professional. “Dat triggert afstand. Het is de kunst om die ongelijkwaardigheid te doorbreken. Door letterlijk en figuurlijk naast iemand te staan: samen koffie schenken, samen schaken, samen wandelen.”
Soms vraagt dat ook om kwetsbaarheid van de hulpverlener. “Je kunt best delen dat je zelf door ziekte, rouw of verlies bent gegaan. In dat ‘mens-mens-contact’ ontstaat vertrouwen.”
Een waarde die blijft
Terugkijkend ziet Ferdinand hoe constant zijn drijfveren zijn. “Twintig jaar geleden schreef ik al over gelijkwaardigheid. Het is nooit veranderd. Ook niet wanneer iemand die we jarenlang niet zagen, opnieuw in de opvang verschijnt. Die continuïteit geeft me kracht. En bevlogenheid.”