Tijdens de coronapandemie werd thuiswerken de norm. Met het thuiswerkadvies van de overheid moesten werkgevers en werknemers in korte tijd schakelen naar werken op afstand. Inmiddels behoort dat advies tot het verleden, maar thuiswerken is gebleven.
Voor veel organisaties en werknemers is thuiswerken inmiddels een vast onderdeel van het werk geworden. Dat roept nieuwe vragen op: wat betekent het einde van het thuiswerkadvies voor werkgevers en werknemers? Welke afspraken blijven gelden over thuiswerken, vergoedingen en arbeidsomstandigheden? En wat vraagt dit van goed werkgeverschap en goed werknemerschap?
Thuiswerken in een nieuwe jas
Met het vervallen van het thuiswerkadvies is er geen wettelijke verplichting meer om thuis te werken. Tegelijkertijd is thuiswerken in veel sectoren een structurele werkvorm geworden. Werkgevers en werknemers maken hierover steeds vaker afspraken in arbeidsovereenkomsten, personeelshandboeken of cao’s.
Het is belangrijk dat er schriftelijke afspraken gemaakt worden met de werknemers over het thuiswerken. Te denken valt aan:
- Thuiswerkovereenkomst
- Thuiswerkbeleid
- Thuiswerkvergoeding
Daarbij geldt dat een werkgever verantwoordelijk blijft voor een gezonde en veilige werkplek, ook als die werkplek zich (deels) thuis bevindt. Denk aan aandacht voor ergonomie, werkdruk en bereikbaarheid. Andersom mag van werknemers worden verwacht dat zij zorgvuldig omgaan met werktijden, beschikbaarheid en het combineren van werk en privé.
Ook vergoedingen voor thuiswerken zijn inmiddels gemeengoed geworden. Veel werkgevers verstrekken een vaste thuiswerkvergoeding, vaak afgestemd op de fiscale ruimte. Deze vergoeding is bedoeld als tegemoetkoming in kosten zoals energie, koffie en internetgebruik.
Het einde van het thuiswerkadvies betekent niet het einde van thuiswerken, maar vraagt wel om heldere afspraken en goede communicatie. Thuiswerken werkt alleen duurzaam als verwachtingen duidelijk zijn en er oog is voor zowel productiviteit als welzijn.