21 mei 2026 – Het nieuwe rapport Staat van Gezinnen 2026, dat op 18 mei verscheen onder de veelzeggende titel “De tijd is op”, bevestigt wat veel gezinnen al langer ervaren: de druk loopt op. Financieel, praktisch en sociaal. Volgens Jan Schreuders (RMU) onderstreept het rapport de urgentie om het beleid rond gezinnen fundamenteel te herzien.
Financiële druk neemt toe
Een van de meest genoemde knelpunten is de financiële druk. Het toeslagenstelsel wordt door veel ouders niet ervaren als steun, maar als een valkuil. Het systeem is ingewikkeld, onzeker en roept angst op voor terugvorderingen. Vooral gezinnen met een laag inkomen ervaren hierdoor structureel meer stress.
Tegelijkertijd zitten middeninkomens klem. Ze verdienen te veel voor toeslagen, maar te weinig om financieel comfortabel rond te komen. “Bestaanszekerheid zou geen bron van stress moeten zijn,” aldus Schreuders. “Maar dat is het voor veel gezinnen wel geworden.”
Volgens de RMU laat het rapport zien dat het probleem breder is dan individuele situaties: het hele systeem zet gezinnen onder druk.
Extra druk voor eenverdieners
De RMU wijst al jaren op de fiscale benadeling van eenverdieners ten opzichte van tweeverdieners. Deze ongelijkheid wordt in het rapport indirect bevestigd.
Schreuders: “Dit onderzoek laat zien dat gezinnen in het algemeen onder druk staan. Voor eenverdieners komt daar nog eens een extra laag bovenop. Ons pleidooi voor fiscale rechtvaardigheid krijgt hiermee opnieuw een stevige onderbouwing.”
Volgens de RMU gaat het daarbij niet alleen om cijfers, maar om erkenning van verschillende gezinskeuzes. “Beleid moet recht doen aan hoe gezinnen hun leven inrichten.”
Ouderschapsverlof: drempels blijven hoog
Naast financiële druk signaleert het rapport ook knelpunten rondom ouderschapsverlof. Veel ouders ervaren het verlof als te kort en financieel moeilijk haalbaar. De huidige loondoorbetaling van 70% blijkt in de praktijk een duidelijke drempel.
Vooral vaders maken daardoor minder gebruik van verlof. Dat heeft gevolgen voor de verdeling van zorgtaken in gezinnen. Moeders blijven vaker de grootste zorglast dragen.
De RMU pleit al langer voor 100% loondoorbetaling tijdens ouderschapsverlof. Het rapport bevestigt volgens Schreuders dat dit geen luxe is, maar een noodzakelijke voorwaarde voor echte keuzevrijheid.
“Als verlof financieel niet haalbaar is, is er feitelijk geen keuze,” stelt hij. “Dan houden we bestaande patronen in stand, terwijl veel gezinnen het anders willen organiseren.”
Werkgevers spelen sleutelrol
Een derde belangrijk punt uit het rapport is de rol van werkgevers. Ouders ervaren regelmatig gebrek aan flexibiliteit en begrip. Verlof wordt soms geweigerd op bedrijfseconomische gronden en de cultuur op de werkvloer speelt daarbij een belangrijke rol.
Zo worden vaders nog vaak primair gezien als kostwinner, terwijl zorgtaken minder vanzelfsprekend worden gevonden. Dat beeld werkt door in keuzes die werknemers maken – en soms ook niet durven maken.
Volgens de RMU ligt hier een duidelijke verantwoordelijkheid voor werkgevers, ook binnen de eigen achterban in zorg, onderwijs en andere sectoren.
“Gezinsvriendelijk werkgeverschap is meer dan beleid op papier,” zegt Schreuders. “Het vraagt om een cultuur waarin ruimte is voor zorgtaken, voor zowel mannen als vrouwen.”
Aanleiding voor gesprek
De RMU ziet in het rapport een belangrijke aanleiding om het gesprek breder te voeren – juist ook binnen christelijk-reformatorische organisaties en netwerken.
“Wat betekent gezinsvriendelijk werkgeverschap concreet? Hoe geef je daar als organisatie invulling aan? Dat zijn vragen die we samen moeten beantwoorden.”
Het rapport Staat van Gezinnen 2026 biedt daarvoor volgens de RMU waardevolle en herkenbare praktijkverhalen van duizenden ouders.
“Gezinnen verdienen beter”
De kernboodschap van de RMU is helder: gezinnen mogen niet langer vastlopen in systemen die juist bedoeld zijn om te ondersteunen.
“Dit rapport laat zien: de tijd is op,” concludeert Schreuders. “Gezinnen verdienen beleid dat zorgt voor rust, rechtvaardigheid en echte keuzevrijheid.”